- kies een school -
 
 
 
 
 
 
 
 

Opleidingen en richtingen

De vakken en leergebieden van de VMBO-onderbouw zijn:

• Mens & Natuur (natuur-/scheikunde, biologie, verzorging en techniek)

• Mens & Maatschappij (aardrijkskunde, geschiedenis en economie)

• Kunst & Cultuur (CKV, tekenen, handvaardigheid en creatieve textiel)

• Sport & Bewegen (lichamelijke opvoeding)

• Nederlands

• Engels

• Wiskunde

In de onderbouw VMBO krijgen de leerlingen loopbaanbegeleiding zodat ze aan het

einde van het tweede jaar een keuze kunnen maken die het beste bij hun capaciteiten

en talent past.

Praktijkonderwijs.

Onze afdeling heeft ongeveer 300 leerlingen. Deze zijn verdeeld over de onderbouw (leerjaar 1 en 2) en de bovenbouw (leerjaar 3 t/m 5).  De leerlingen wonen veelal in Amsterdam-West, maar ook van buiten de westelijke stadsdelen weten leerlingen deze afdeling te vinden.

 

Praktijkonderwijs is er voor leerlingen waarbij het talent vooral op de praktische kant

van het leren ligt. De eerste twee jaar krijgen de leerlingen een breed programma

aangeboden met veel aandacht voor rekenen en taal, praktische- en sociale

vaardigheid onder andere in de vorm van interne stages. Aan het eind van het tweede leerjaar kiezen de

leerlingen voor een sector in de bouvenbouw die het best past bij hun talent en ambitie. Vanaf het vierde leerjaar kiezen de leerlingen een assistentenroute waarmee ze een niveau 1 certificaat kunnen behalen. Er wordt veel aandacht besteed aan het werken in de praktijk, maar dan via externe stages.

In het assistentenniveau 1 bieden wij de volgende opleidingen aan: ass.

Rijwielhersteller, ass. Carrosserietechniek, ass. Zorg en Welzijn, ass. Bakker,

ass. Horecamedewerker, ass. Fastfoodmedewerker, ass.  Winkelassistent.

Daarna kan een leerling gaan werken, werken en leren óf doorstromen naar niveau 2

op onze school of op het ROC.

 

 

Indeling van de leerjaren

De leerjaren zijn verdeeld in onderbouw en bovenbouw. In de onderbouw maken de leerlingen kennis met de vakrichtingen Verzorging, Horeca, Techniek en Groen.

 Aan het eind van de onderbouw (2 leerjaren) kiest de leerling, samen met de mentor en de ouders, in welke sector hij/zij in de bovenbouw aan de slag gaat..

Vanaf het 3e leerjaar krijgen de leerlingen nog steeds de avo-vakken maar ook de lessen die horen bij de gekozen sector.

In de eerste helft van het derde leerjaar worden de leerlingen voorbereid op het lopen van een externe stage in de tweede helft van het schooljaar. Er is met name aandacht voor het ontwikkelen van compententies als werkhouding en samenwerken. Als de leerlingen laten zien dat ze over deze compenties beschikken dan mogen ze gaan solliciteren bij een bedrijf als stagiare.

In de bovenbouw zijn de stages het belangrijkst. Eenmaal aangenomen bij een bedrijf dan gaat hij/zij gemiddeld 2 dagen per week stage lopen bij dat bedrijf.

 

Samenstelling van het team

Het schoolteam bestaat uit: de schoolleiding, groepsleerkrachten en vakleerkrachten, een conciërge en een administratief medewerker.

Daarnaast is er een zorgbreedtecommissie. Deze commissie bestaat uit: een schoolarts, een orthopedagoge, een zorgcoördinator, een jeugdhulpverlener en een Switch-medewerker. Zij zorgen voor de begeleiding van de leerlingen en leerkrachten op onze school.

Over het algemeen zijn de mentoren AVO–leerkrachten (AVO = algemeen vormend onderwijs). Vooral in de onderbouw geven zij de meeste AVO-vakken aan hun eigen groep. De vakleerkrachten zijn gespecialiseerd in een praktijkvak en geven dat vak in een daarbij behorend praktijklokaal.

 

De inhoud van het praktijkonderwijs

 

 

Algemeen

Op onze school geven we les in AVO-vakken en praktijkvakken. AVO betekent algemeen vormend onderwijs en daar bedoelen we mee: taal, lezen, praktische taal, rekenen, praktisch rekenen, verkeer, sociale vaardigheden, biologie, kinderverzorging, seksuele voorlichting, wereldoriëntatie en Engels.

Met praktijkvakken bedoelen we: textiel, handvaardigheid, techniek, groen (lessen tuinvaardigheden), koken, verzorging, horeca, computervaardigheden, eenvoudige kantoor- en winkelvaardigheden en gymnastiek.

 In de bovenbouw krijgen de leerlingen nederlands, engels, rekenen/wiskunde, lichamenlijke oefening, leren/loopbaan/burgerschap en praktijkbinnen en buiten die hoort bij de gekozen sector.

 

 

 

Arbeidstraining in de praktijk

Arbeidstraining in de praktijk betekent dat uw kind 1 of meer dagen per week in schooltijd gaat kennismaken met het bedrijfsleven.

Op school noemen we dit stage lopen.

 De stagebegeleider zoekt samen met uw zoon/dochter een geschikte stageplaats. De eerste keer gaat de stagebegeleider mee om uw kind voor te stellen en afspraken te maken met het bedrijf.

De afspraken worden opgeschreven in een stageovereenkomst.

Tijdens de lessen ‘werkvoorbereiding’ en de interne stage, bereiden wij de leerlingen voor op het stage lopen. Als een leerling een betaalde baan wil krijgen, dan zal hij/zij zich goed moeten gedragen.

Wij willen de leerlingen een goede werkhouding aanleren, zoals:

 

·        op tijd komen

·        beleefd zijn

·        afwezigheid melden

·        goed contact met chef en collega's

·        zelfstandig zijn

·        problemen willen oplossen

·        interesse tonen voor het beroep

 

De stagebegeleiders praten regelmatig met de leerlingen en de bedrijven over wat er goed en minder goed gaat bij het stage lopen.

 

Soorten stages

 

Onze school kent 4 soorten stages: de interne stage, de maatschappelijke stage, de oriënterende stage en de plaatsende stage. In de stage zit een opbouw om de beroepsvaardigheden van de leerling zo goed mogelijk te ontwikkelen.

 

 - Interne stage

Tijdens een interne stage doet een leerling allerlei werkzaamheden in en om onze school, bijvoorbeeld schoonmaken, rondbrengen van koffie en thee, vuilnis ophalen, karweitjes voor de conciërge, administratie van de interne stage.

 

- Maatschappelijke stage

In de eerste drie leerjaren kan een leerling bij ons een maatschappelijke stage lopen bij een organisatie of instelling. Dat kan op verschillende manieren, maatwerk is hierbij geboden..

 

- Oriënterende stage

Het belangrijkste doel van deze stage is dat de leerling ervaring opdoet met de werkomstandigheden en de eisen die bij een bedrijf horen.

Tijdens het schooljaar kan de leerling van stageplaats wisselen. Dat gaat altijd in overleg met de stageleerkracht van de leerling. Deze stage vindt plaats in het 4e leerjaar.

 

- Plaatsende stage

Het belangrijkste doel van deze stage is dat de leerling een baan krijgt. Deze stage kan dus een baan opleveren. Ook deze stage vindt vanzelfsprekend plaats in het 4e of 5e leerjaar.

 

 

Sociale vaardigheden

Goede sociale vaardigheden en zelfstandig kunnen werken zijn heel belangrijk voor het krijgen en houden van een baan.

Daarom beginnen we al in de onderbouw, 1e en 2e leerjaar, les te geven in het vak sociale vaardigheden. Iedere week geeft de mentor les in hoe we met elkaar omgaan, hoe we met problemen omgaan, hoe je op je omgeving moet reageren en hoe je problemen kunt voorkomen.

 

Vanaf het 3e leerjaar gaan de lessen sociale vaardigheden meer over het krijgen van een baan. Bijvoorbeeld: hoe ga je solliciteren en hoe ga je met je chef om en met je collega's op de werkvloer. Dat gaat aan de hand van rollenspelen en het bekijken van video’s. Zo worden leerlingen getraind en sociaal vaardiger gemaakt.

 

 

Onderwijs op maat

Voor een aantal middelbare scholieren in Amsterdam is het moeilijk om na het

basisonderwijs meteen met succes in te stromen in het reguliere voortgezet

onderwijs. Aan deze leerlingen biedt het lwoo, onderwijs in kleinere klassen en extra ondersteuning. Het onderwijsaanbod is gericht op de voorbereiding van leerlingen op voortzetting en

voltooiing van hun onderwijsloopbaan in het reguliere voortgezet onderwijs.

De leerlingen blijven meestal twee jaar op deze afdeling. De meeste leerlingen gaan

door naar de derde klas van het beroepsonderwijs (kadergerichte leerweg), of naar het VM2 (basisberoepsgerichte leerweg)

De leerling populatie is divers. Leerlingen komen uit verschillende stadsdelen en hebben vaak een andere dan de Nederlandse achtergrond. De leerlingen hebben gemeen dat ze door persoonlijkheids- en/ of leerproblemen niet zonder meer in staat zijn met succes deel te nemen aan het reguliere onderwijs.

 

ASS Afdeling

Zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

Toelaatbaar zijn leerlingen die voldoen aan de criteria van de Regionale

Verwijzingscommissie (RVC). Op deze afdeling zitten leerlingen met:

• leerstoornissen

• leerachterstanden

• concentratieproblemen

• tekort aan sociale en of schoolse vaardigheden

De intakegegevens geven de eerste aanzet voor de individuele begeleiding

en voortgangsregistratie van de leerling. Samen met de mentor maakt de

zorgcoördinator een individueel handelingsplan.

 

Internationale SchakelKlas

De Internationale SchakelKlas is speciaal opgezet voor leerlingen die geen of

weinig Nederlands spreken. Onze belangrijkste taak is om deze ‘nieuwkomers’

met een uitgebalanceerd lesprogramma (taalbad) snel op weg te helpen naar het

reguliere onderwijs. De Internationale SchakelKlas kent twee leerjaren en eventueel

een voorbereidend jaar voor leerlingen die een ontwikkelingsachterstand hebben.

Afhankelijk van het niveau van de leerlingen komen zij uiteindelijk terecht in het

Praktijkonderwijs, Niveau 1, het VM2, het VMBO of in de MAVO/HAVO.

Rechtstreeks uit het buitenland

Leerlingen uit het buitenland die hier nog maar kort zijn, komen aan het begin van het schooljaar in een X- of Y-klas.

Enkele maanden Nederlands

Leerlingen die het voorgaande schooljaar maar enkele maanden Nederlands hebben

gehad, komen in een 1F-klas.

Laatste twee jaar basisschool

Leerlingen die alleen de laatste twee jaar (of korter) de basisschool in Nederland

hebben doorlopen, komen in een J-klas.

Ontwikkelingsachterstand

Er is een speciaal lesprogramma voor leerlingen van 12-16 jaar met het niveau van

groep 3/4 van de basisschool. Dit is de Primaire Educatie. Na één jaar stromen zij door naar het eerste leerjaar van de Internationale SchakelKlas.

Tussen Internationale SchakelKlas en onderbouw

De leerlingen van de J-klassen beheersen het Nederlands redelijk tot goed, maar

hebben een achterstand in lezen en schrijven. Om die achterstand in te lopen krijgen

ze extra lesuren Nederlands.

Nederlands als Tweede Taal

Bij Nederlands als Tweede Taal leren de leerlingen lezen, schrijven en spreken in

het Nederlands. De lesmethode Zebra is de belangrijkste. De

vorderingen die de leerlingen maken in de verwerving van de Nederlandse taal worden bijgehouden middels de Niveau Vorderings toetsen. (Nivor-toetsen)

Opleidingen en richtingen

Door onze brede keus aan opleidingen, kunnen wij veel leerlingen plaatsen.

In welke groep (afdeling/leerweg) zij komen hangt onder meer af van hun capaciteiten, interesses en wensen.

 

 

MAVO/HAVO

Vanaf het schooljaar 2008-2009 is er op het Nova College een aparte MAVO/HAVO afdeling met een 3-jarige onderbouw. Een nieuwe afdeling, waarin leerlingen alle mogelijkheden en kansen krijgen om hun talenten te laten zien.

 

Het leerprogramma

Leerlingen krijgen les in de volgende leergebieden: Talen (Engels, Duits, Frans en Spaans wordt), Sport & Bewegen, Mens & Maatschappij, Mens &

Cultuur, Mens & Natuur en Wiskunde. Iedere week is er contact met de coach om de persoonlijke vorderingen te bespreken.

Aan het eind van een periode van zes weken zijn er dagen om de afgelopen periode

af te sluiten door middel van presentaties en toetsen. Ook kijken leerlingen dan met

hun coach terug op hetgeen in de afgelopen periode is geleerd en waar zij de volgende periode aan gaan werken. De leerling houdt al zijn activiteiten en resultaten bij in een weekplanner.

 

 

 

 

Profielen bovenbouw HAVO

Aan het eind van het derde jaar kunnen de leerlingen kiezen uit één van de volgende

profielen:

Economie & Maatschappij

Cultuur & Maatschappij (met extra keuze voor Turks en Spaans als startvak)

 

Ook start mogelijk in HAVO -4

Leerlingen met een VMBO-T (MAVO) diploma, zijn hartelijk welkom op de nieuwe

afdeling. Zij starten dan bij ons in HAVO-4., in het profiel dat het meest overeenkomt met het behaalde VMBO-T diploma.  Ook leerlingen die twee keer zijn blijven zitten in de HAVO-onderbouw kunnen op het Nova College hun ‘HAVO’ afmaken.

 

VMBO onderbouw

De vakken en leergebieden van de VMBO-onderbouw zijn:

• Mens & Natuur (natuur-/scheikunde, biologie, verzorging en techniek)

• Mens & Maatschappij (aardrijkskunde, geschiedenis en economie)

• Kunst & Cultuur (CKV, tekenen, handvaardigheid en creatieve textiel)

• Sport & Bewegen (lichamelijke opvoeding)

• Nederlands

• Engels

• Wiskunde

De VMBO- onderbouw  biedt onderwijs op een kleine locatie, volgens een zelf ontwikkeld

onderwijsleerconcept. Dit onderwijs is zoveel mogelijk op maat. Zelfstandig werken

staat centraal. De groepsbenadering en daarbij het handelen

van de leerkracht staan centraal. Uitgangspunt vormt de gedachte dat men binnen

het gewone werk in de klas, kwetsbare leerlingen op systematische wijze adequate

hulp biedt. Daarbij krijgt de leerling binnen dit onderwijsconcept de mogelijkheid om

op zijn/haar leerniveau te werken.

Deze VMBO- onderbouw heeft een uitgebreid zorgaanbod ontwikkeld. Het zorgbeleid is goed gestructureerd. Leerlingen worden besproken door het Zorg Advies Team. Dit team bespreekt of deze afdeling een geschikte school voor de leerling is. Iedere leerling heeft een individueel handelingsplan. Er zijn veel overleggen tussen mentoren en vakleerkrachten. De afdeling kent per jaar meerdere leerlingbesprekingen en ouderavonden. Er zijn ieder schooljaar toetsperiodes (Cito-toets niveaubepaling).

Zo brengt de school de ontwikkeling van de leerlingen in beeld en stimuleert de

voortgang van de leerling. Het actief betrekken van de leerlingen bij het eigen

onderwijsleerproces is een ontwikkelpunt.

 In de onderbouw VMBO krijgen de leerlingen loopbaanbegeleiding zodat ze aan het

einde van het tweede jaar een keuze kunnen maken die het beste bij hun capaciteiten en talent past.

 

VMBO bovenbouw

Mode, koken, elektrotechniek, administratie… Op het Nova College kunnen

leerlingen alle kanten op. Vanaf het eerste jaar worden alle leerlingen begeleid

in hun loopbaankeuze. Bedrijvenbezoek, snuffelstages en opdrachten binnen de

beroepsrichtingen helpen met het maken van de juiste keuze. Daarbij stellen we de

vraag aan leerlingen: Wat vind je leuk? Wat kun je? En wat past bij jou? We laten de

leerlingen zien wat een beroep inhoudt en wat zij daarvoor moeten kunnen.

In het tweede jaar staat de praktijkoriëntatie centraal. Van het timmeren van een stoel en het lassen van metaal tot het koken van een driegangenmenu. Aan het eind van het tweede jaar kiezen leerlingen een richting uit één van de volgende sectoren:

• Sector Economie: koken/serveren, brood- en banketbakken, handel &  administratie en mode en commercie

• Sector Zorg en Welzijn: verzorging

• Sector Techniek: bouwtechniek, metaaltechniek, elektrotechniek,   

  voertuigentechniek,ICT

 

 

 

 

 

Leerwegondersteunend onderwijs

Voor leerlingen die extra zorg nodig hebben in het voortgezet onderwijs, heeft het Nova College een aangepast programma in de vorm van kleinere klassen met meer zorg en aandacht. Dit Leerwegondersteunend Onderwijs (LWOO) is mogelijk binnen alle leerwegen van het VMBO.